Baart, Jac.J.: gebonden 319 blz., geillustreerd
Door het bombardement van mei 1940 raakten – in het toch al door werkloosheid geteisterde Rotterdam – 80.000 mensen dakloos en gingen vele honderden bedrijven in vlammen op. De economie had zwaar te lijden onder het feit dat koopvaardij- en passagiersschepen wegbleven. Tijdens de bezettingsjaren waren vele tienduizenden Rotterdammers dan ook min of meer afhankelijk van de belangrijkste werkgever in de regio: de Duitse Kriegsmarine.In Nederland werden ruim 800 schepen voor Duitse rekening gebouwd en circa 2.000 vaartuigen omgebouwd voor oorlogsdoeleinden. Rotterdam en omgeving leverden daaraan een aanzienlijke bijdrage. Ongetwijfeld is schaamte er de oorzaak van dat er tot op heden bijzonder weinig gepubliceerd is over deze zwarte bladzijde in de geschiedenis van de stad. In Rotterdam Oorlogshaven wordt de onaangename, decennialang doodgezwegen waarheid echter boven water gehaald.Naast de scheepsbouw komt ook de haven als handels- en overslagcentrum aan bod. Ruimschoots aandacht krijgen de gespleten rederijen, met aan beide kanten schepen in de vaart. Meer dan 1.500 opvarenden daarvan zouden niet terugkeren. Uiteraard was er ook verzet; de productie van schepen werd gesaboteerd en het functioneren van de oorlogshaven belemmerd. Door onverbloemd alle aspecten van de omstreden samenwerking met de vijand aan de kaak te stellen vormt deze spraakmakende uitgave een wezenlijke aanvulling op de Rotterdamse geschiedschrijving.
Gorter, D: Gebonden 120 blz.
Zowel SMN, KRL als KPM hebben in de wilde vaart geparticipeerd en hun belangen werden in 1970 samengevoegd in Holland Bulk Transport. Een grote speler werd de Breskense reder Vroon, die op basis van het succes in de kustvaart en vervoer van levend vee, een grote, internationaal opererende rederij wist te ontwikkelen. In dit deel zijn de trampschepen opgenomen van de na de Tweede Wereldoorlog in de algemene vrachtvaart gestarte Nederlandse rederijen die een of enkele schepen groter dan 500 brt in hun vloot hebben gehad, zoals-naast bovengenoemde-Montaan, Anker kolen, RKC Voight, Joon, Rederij ''Amsterdam'', Triton, William Pont, Buisman, Holscher, Kahn, Invotra, Lijnzaad, James Smith e.v.a.. Alle schepen afgebeeld met grote foto's en achtergrondinformatie over de schepen.
Gorter, D: gebonden 120 blz.
Vanuit diverse havens hebben in de loop der jaren vele grote en kleine rederijen diensten onderhouden op havens in Groot Brittannie en Ierland, Noord-Europa, Ijsland, de westkust van Frankrijk, het Iberische schiereiland, Marokko en het Middellandse Zee gebied. In dit eerste deel gewijd aan de Korte Lijnvaart komen zes van de in de negentiende eeuw gestarte rederijen aan bod die ook na de tweede wereldoorlog in de conventionele korte lijnvaart actief waren, P.A. van Es & Co, KNSM, Hudig & Veder, Havreboot, SMZ enb Wm.H. Muller & Co. Ook de schepen van Scheepvaartbedrijf Kroonburgh (naderhand KNSM-Kroonburgh), zijn opgenomen. Van alle schepen grote foto's en hun achtergronden
Sytema, F: gebonden 80 blz. Fokke Sytema beschrijft in dit boek de roerige periode van de Harlinger Havengeschiedenis van 1845 tot 1980, waarin de lijndiensten op Engeland een belangrijke rol vervulden. Er waren in die tijd meerdere lijndiensten vanuit Harlingen op Groot Brittanie. Deze zorgden voor het grootste deel voor de activiteiten in de haven. Omstreeks 1930, maar vooral na de tweede wereldoorlog begint deze lijnvaart achteruit te gaan. In 1980 vertrekt er voor de laatste keer een lijnschip naar Engeland. Iedereen, die betrokken is geweest bij het (Harlinger) havengebeuren en vooral degenen, die al deze bedrijvigheid van nabij hebben meegemaakt zullen in dit werk een stuk herkenbare, maar nu verdwenen Harlinger geschiedenis aan treffen. Een periode van stoom, hard zwoegen, armoe en gebukt gaan onder zware lasten, maar ook een periode die soms geld in het laatje bracht bij tientallen Harlinger gezinnen, die woonden en werkten in de kleine huisjes in de binnenstad en rondom de haven. De handelshaven van Harlingen, waar het doorgaans bedrijvig was.
Na het succes van de voorgaande boeken Midscheeps, de zeeman vertelt en Recht zo die gaat, de zeeman vertelt verder kon een vervolg eigenlijk niet uitblijven. De reacties op de boeken waren alleen maar positief en telkens kwam de vraag naar voren. Komt er een deel 3? Het resultaat treft u hierbij aan en het is weer een prachtig boek geworden met 30 verhalen en honderden unieke nooit eerder gepubliceerde foto’s uit privé archieven.
Verhalen recht uit het hart van de zeeman, aan boord van Nederlandse schepen in de achter ons liggende jaren. Vaak hard werken onder moeilijke omstandigheden bij zwaar weer, maar ook de lol onder elkaar aan boord en bij het stappen aan de wal. Dit alles onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Met soms nog zes man in een hut, pikheet op luik vijf en na het werk samen een biertje drinken aan de bar of in de hut. Wekenlang in een haven liggen was geen uitzondering net zo als het laden en lossen op de rede. Houten luiken, presennings en laadgerei waar nog spierballen voor nodig waren. Een zeemansleven dat niet meer bestaat, maar waar menig zeeman nog met weemoed aan terugdenkt.
De verhalen voeren u terug naar de gloriejaren van de Nederlandse koopvaardij en nemen de lezer mee op reis naar Afrika, Australië, Canada, Noord- en Zuid-Amerika, het verre oosten en dichter bij huis in Europa. Ook het relaas van de ondergang van de Jacob Verolme, varen bij Greenpeace, het varen op een binnenvaarttanker en de noodzaak van een zeemanshuis komen aan de orde.
Gorter, Jacobus: softover 128 blz., geillustreerd. Over Terschelling in de jaren twintig en dertig, over het zeemansleven, waarin hij in WO2 drie keer zijn schip verloor, (waarvan een keer als enige overlevende van de ''Sembilangan'') en over zijn leven in Amerika. Boeiend van begin tot eind.
Als waardevolle aanvulling bij elke aquarel schetst martitiem auteur Nico Guns (1948) op beeldende wijze de levens-en-gevens van al deze schepen.
Het boek “Lijnvaart in herinnering verankerd”geeft een overzicht van al die voorwerpen in particulier bezit, die een herinnering levend houden aan de Nederlandse rederijen en de schepen, die in een periode van 125 jaar (1855 – 1980) lijndiensten hebben onderhouden.
Hierbij valt te denken aan de volgende rederijen : Holland-Amerika Lijn (HAL/NASM), Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij (KNSM/KWIM), Koninklijke Hollandsche Lloyd (KHL/ZAL) Van Nievelt, Goudriaan en Co’s Stoomvaart Maatschappij, (NIGOCO), (Fjell) Oranje Lijn (OL/AV) , Stoomvaart Maatschappij Nederland (SMN), (Koninklijke) Rotterdamsche Lloyd. (RL/KRL), Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM), ( Koninklijke) Java-China-Paket vaart Lijnen (JCJL/ KJCPL/RIL) Vereenigde Nederlansche Scheepvaart Maatschappij (VNS/HWAL) en de Batavierlijn/Wm Müller
Veel van deze herinneringen bevinden zich in (maritieme) musea. Echter nog meer bevinden zich in particulier bezit. Van deze objecten en kunstuitingen in particulier bezit biedt het boek “Lijnvaart in herinnering verankerd” een uitgebreid overzicht aan de hand van korte teksten en uitgebreid beeldmateriaal. Vanwege de enorme hoeveelheid beeldmateriaal (ongeveer 1600 foto’s) zal nog een 2e deel verschijnen.
Gorter, D: gebonden 120 blz.. Deel 7 is het eerste van twee geplande uitgaven over de Koelvaart. In de internationale koel-/ vriesvaart heeft Nederland lange tijd een relatief bescheiden rol gespeeld, gezien de prominente plaats die gespecialiseerde rederijen in bijvoorbeeld Duitsland, Frankrijk en de Scandinavische landen altijd hebben ingenomen. Pas in de tachtiger jaren trad daarin verandering op vooral doordat het Scheepvaartkantoor 'Groningen' - sinds 1973 Seatrade Groningen - een grote vloot opbouwde, mede door schepen van andere, ook buitenlandse, reders in de 'Seatrade pool' op te nemen. De belangrijkste Nederlandse rederijen met koelschepen waren - naast Seatrade -Anthony Veder, Pinkster, Dammers & van der Heide, Vroon en Jaczon. Ook enkele buitenlandse ondernemingen brachten meerdere schepen onder Nederlandse en Nederlands Antilliaanse vlag, zoals de Caraïbische Scheepvaart Maatschappij (United Fruit), Primlaks en de Italiaanse GF Group. In dit boekje komen de reders en rederijen in beeld die vanaf 1945 koelschepen in hun vloot hebben gehad, met uitzondering van Dammers & van der Heide en Seatrade. Aan deze grote rederijen, die in 1989 samensmolten, zal te zijner tijd een speciale uitgave worden gewijd